Home
Afdrukken

De aandrijving van de kart en wat daar bij komt kijken

Wat voor soorten overbrenging zijn er?

Om vooruit te komen met een kart is natuurlijk een motor nodig, maar om het vermogen van de motor over te brengen naar de achterwielen is een ketting of een snaar nodig. Het overbrengen van het vermogen lijkt zo vanzelfsprekend, maar is vaak ingewikkelder dan het lijkt. In dit stuk gebruik ik steeds het woord tandwiel dat eigenlijk niet goed is, de juiste benaming is eigenlijk kettingwiel, maar omdat iedereen het een tandwiel noemt hou ik het daar ook maar bij. Zo wordt er bij veel indoor karts geen gebruik meer gemaakt van tandwielen en kettingen, maar van een getande snaar. Er wordt hier voor een snaaraandrijving gekozen omdat deze overbrenging haast geen onderhoud nodig heeft en ook langer mee gaat dan een tandwiel en ketting overbrenging. Een ander soort overbrenging die ook veel voorkomt, maar dan bij motorfietsen is een cardan overbrenging. Bij een cardan aandrijving zorgen enkele tandwielen die in een oliebad draaien dat het achterwiel wordt aangedreven. Omdat dit bij een kart niet voorkomt zullen we het hier niet meer over hebben. Als een snaaroverbrenging dan geen onderhoud nodig heeft, waarom gebruikt men dan nog tandwielen en kettingen? Er kan geen gebruik worden gemaakt van een snaaroverbrenging omdat er een maximum aan het vermogen zit dat kan worden overgebracht. Zo wordt er bij scooters gebruik gemaakt van een overbrenging met behulp van een V-snaar . Omdat hier maar een klein vermogen wordt overgebracht zal deze niet gaan slippen, maar wordt deze manier van overbrenging gebruikt voor kartmotoren dan gaat de snaar wel slippen. Een bijkomend probleem is dat de snaar onder een bepaalde spanning moet worden gehouden, deze spanning in combinatie met het vermogen dat moet worden overgebracht is het moordend voor de krukas lagers van bijvoorbeeld een 100cc motor. Een vervanging hiervoor is dan een vlakke getande snaar. Deze wordt veel bij auto's gebruikt voor het aandrijven van de nokkenas en ook bij kart wordt het veel gebruikt. Deze wordt dan gebruikt bij indoor karts, het voordeel is dat het bij een laag vermogen weinig onderhoud nodig heeft, stil is, weinig gewicht heeft en een lange levensduur heeft. Doordat de snaar getand is hoeft de snaar niet onder een heel grote spanning gezet te worden en geeft dus geen problemen met lagers in motoren. Voor gebruik bij ander soort kartmotoren gaat het feest alleen niet op, want het vermogen van een 100cc motor of een 125cc is zo groot dat de tanden op de snaar er van af worden getrokken, er zou dan een hele brede snaar gebruikt moeten worden, maar daar is vaak weer geen ruimte voor. Dus blijft de tandwiel ketting overbrenging als enige nog over.
 

Tandwiel en ketting bij mini's, 100cc en 125cc automaat
 

Het meeste wordt gebruik gemaakt van het type ketting 219. Dit is een ketting met een kleine en lichte schakel en is verkrijgbaar in verschillende merken en kwaliteiten. Bij karts met een Comer 60cc motortje wordt voor met een vrij groot tandwiel gereden en wel met een 12 tanden tandwiel, achter wordt er dan met een tandwiel van 84 tanden gereden. Deze overbrenging mag voor recreanten wel verandert worden, maar voor wedstrijdrijders is dit de enige overbrenging die is toegestaan. Doordat er bij een mini kartje maar heel weinig vermogen wordt overgebracht (ongeveer 5 pk bij een standaard motor en 10 pk bij een getunede motor) is de belasting voor de tandwielen en ketting zeer laag en gaan tandwiel en ketting bij goed onderhoud vrij lang mee. Anders is het gesteld met de tandwiel en ketting bij een 100cc kart. Bij de 100cc motor van junioren wordt voor gereden met een tandwiel van 10 of 11 en achter met een tandwiel van rond de 85 dit is dan afhankelijk van het circuit waar op wordt gereden. In deze klasse is het vrij om te kiezen met wat voor overbrengverhouding gereden wordt. Hier zal de slijtage van tandwiel en ketting hoger zijn dan bij de klasse mini's omdat het motortje al een stuk meer vermogen heeft en tandwiel en ketting een stuk zwaarder belast worden. De junioren nationaal hebben ongeveer een vermogen van 15 pk en de klasse junioren internationaal ongeveer een vermogen van rond de 20 pk dat moet worden overgebracht van motor naar achteras. De klasse waar de tandwielen en ketting het zwaarst worden belast zijn de klassen ICA (100cc membraammotor) en de klasse Formule A (100cc motor met roterende inlaat). In beide klassen heeft de motor ongeveer 25 pk dat met een voortandwiel van 9 of 10 tanden met een ketting naar het achter tandwiel van ongeveer 85 moet worden overgebracht. Bij het gebruik van een 10 tanden voortandwiel wordt de ketting zwaar belast omdat de ketting met hoge snelheid een hele grote hoek moet maken om zo van richting te veranderen. Aangezien we in Nederland vrij langzame banen hebben zal er bij de laatste klassen door wedstrijdrijders niet veel worden gereden met een 10 tanden voortandwiel, maar met een 9 tanden voortandwiel. Door dit zeer kleine voortandwiel moet de ketting een zeer grote hoek maken om van richting te veranderen en wordt de ketting dus zeer zwaar belast en zal er een zeer grote slijtage ontstaan. Bij de 125cc automaten wordt gereden met een voortandwiel van 10,11 of 12 tanden. Vaak wordt er gereden met het 11 tands voortandwiel en zal de slijtage dan ook lang niet zo hoog zijn als bij de 100cc kartmotoren. Het vermogen dat hier moet worden overgebracht is ongeveer hetzelfde als bij de 100cc karts en ligt rond de 25 pk. Dit geldt zowel voor de promo'95 als voor karts met een Rotax max motor. Het enige verschil is dat de karts met een promo'95 motor voor en achter met een tandwiel verhouding van 10-73 of 11-80 moeten rijden omdat dit is voorgeschreven voor wedstrijden en dat de karts met een Rotax max zelf mogen bepalen met wat voor overbrenging er gereden wil worden omdat hier geen wedstrijden mee gereden wordt en er ook geen regels zijn voor een vaste overbrenging.
 

Tandwielen bij 125cc schakelkarts
 

Bij versnellingskarts en ook bij de Ecomoto wordt er gereden met een veel sterkere kettingen en tandwielen dan bij de voorgaande klassen. Dit kan omdat in het blok tandwielen zitten die de overbrenging al zo terug brengen dat er voor een heel groot tandwiel kan worden gemonteerd en achter een relatief klein tandwiel gemonteerd kan worden. Hierdoor is de snelheid waarmee de ketting in de rondte draait veel lager dan bij de voorgaande klassen en ook is er meer ruimte om een groot voortandwiel te monteren. Er wordt met een ketting gereden die ook wordt gebruikt bij crossmotoren en motorfietsen, het gaat hier om een 1/2" 428H ketting. Voor wordt er met een tandwiel gereden van 15 of 16 tanden en achter wordt er afhankelijk van de baan waar op wordt gereden met een tandwiel van 23 t/m 28 tanden. Bij schakelkarts moet de ketting natuurlijk goed worden gesteld en gesmeerd, maar deze gaat zelfs bij slecht onderhoud vrij lang mee en dit ondanks het vrij grote vermogen van rond de 35 a 40 pk.
 

O-ring kettingen
 

Bij motorfietsen wordt een O-ring ketting zeer veel toegepast en ook in de karting wordt een O-ring ketting steeds meer toegepast. Een O-ring ketting is net zo gebouwd als een gewone ketting op een ding na tussen alle rolletjes zitten O-ringetjes die het van te voren aangebrachte vet vasthouden in de ketting. Het voordeel van deze ketting is dat deze veel meer vermogen kan overbrengen dan een gewone ketting en ook minder warm wordt door wrijving. Doordat het vet dat al in de fabriek in de ketting wordt aangebracht door de O-ringetjes wordt tegengehouden en dus de ketting van binnen goed blijft gesmeerd is de wrijving een stuk minder. Het voordeel van een O-ring ketting ten opzichte van een gewone ketting is dat een O-ring ketting minder gesmeerd hoeft te worden, bij het draaien minder geluid maakt en dus stiller is en een langere levensduur heeft. Een nadeel van een O-ring ketting is dat deze iets meer wrijving heeft door de O-ringetjes en dus iets vermogen kost en een ander nadeel is dat de ketting in aanschaf duurder is als een gewone ketting. Nu kan er gezegd worden dat de O-ring ketting vermogen kost doordat er meer wrijving is, maar als de ketting tijdens een wedstrijd droog loopt doordat er niet genoeg smering is dan verliest een gewone ketting nog meer vermogen door nog meer wrijving en dus is een O-ring ketting wel in het voordeel. Het is wel zo dat een O-ring bij een mini kart geen zin heeft, deze motor heeft haast geen vermogen over te brengen en de ketting wordt hierdoor haast niet belast en hoeft er dus geen O- ring ketting gebruikt te worden, dit zou alleen maar vermogen kosten door de wrijving van de O-ringetjes. Hoe het ook mogen wezen in de karting zijn een aantal mensen voor een O-ring ketting en een groep tegen een O- ring ketting, het dus aan de rijder zelf wat hij of zij graag op de kart zou willen hebben.
 

Smering van de ketting
 

Om lang te kunnen rijden met tandwiel en ketting moet de ketting natuurlijk goed worden gesmeerd, dit kan gebeuren met verschillende soorten vet. Men kan in de meeste winkel spuitbussen kopen met daarin speciaal voor kettingen geschikt vet, dit vet is eerst heel dun en loopt bij de ketting netjes tussen de rolletjes en schakels van de ketting en wordt daarna dikker als de verdunningsmiddelen zijn verdampt. Het is tevens geschikt tegen hoge temperaturen en heeft een zeer goede hechtende werking waardoor het tijdens het draaien van de tandwielen en ketting niet wordt weggeslingerd. Waar wel op moet worden gelet is het soort kettingvet in spuitbussen, niet alle soorten zijn geschikt voor de karting. Als er met een spuitbus met kettingvet wordt gewerkt kan het beste tijdens het op de ketting spuiten van het kettingvet het wiel worden gedraaid zodat de ketting draait en het vet mooi en geleidelijk op de ketting wordt aangebracht. Het is niet nodig om de halve inhoud van de spuitbus op de ketting aan te brengen, want alles wat te veel wordt aangebracht slingert weg en doet dus geen dienst tot smering. Ga na het aanbrengen niet meteen rijden, maar laat het vet even indikken voor een minuutje. Wat ook gebruikt kan worden is dik kettingvet, dit is een soort kogellager vet dat gewoon met een kwastje op de ketting kan worden aangebracht en ook een klein beetje op het tandwiel zodat dit tijdens het rijden naar buiten slingert en de ketting tijdens het rijden ook smeert. In theorie is dik vet niet goed, omdat de ketting ook tussen de rolletjes gesmeerd moet worden, maar de praktijk wijst uit dat dik vet ook heel goed werkt. Het grote voordeel van dik vet is dat het schoonmaken van de kart na het rijden een stuk makkelijker is ten opzichte van het klefferig spul dat uit een spuitbus met kettingspray komt. Let er wel op bij spuitbussen met kettingvet is 90% geschikt voor de karting en bij dik vet is maar ongeveer 10% geschikt voor de karting. Een ander middel dat ook vaak wordt gepromoot is Teflon vet, nu zijn er ook gewoon spuitbussen met kettingvet met daarin teflon, maar er zijn ook vetten die veel te dun zijn voor gebruik op een kartketting. Dus let er goed op wat je op je ketting smeert of spuit, laat je goed adviseren door je dealer.
 

Stellen van de ketting
 

 


 

 

Niet te strak en niet te los en zorg dat de tandwielen in lijn staan.


 

Bij het stellen van de ketting moet als eerste worden gekeken naar het in lijn staan van de tandwielen, als de tandwielen niet goed in lijn staan dan is de slijtage van tandwiel en ketting erg groot en zal er niet lang mee gereden kunnen worden. De makkelijkste manier om tandwielen in lijn te zetten is door een zaagblad of iets anders dat recht is langs de tandwielen te leggen om zo te kunnen kijken of de tandwielen goed zijn uitgelijnd. Bij het stellen van de ketting moet er op worden gelet dat de ketting niet te strak staat en ook niet te slap hangt. Staat de ketting te strak dan kost dit veel vermogen en is slijtage groot en als de ketting te slap hangt dan is de kans groot dat de ketting tijdens het rijden van de tandwielen loopt met als gevolg grote schade. Het beste is om een speling van ongeveer 1 cm aan te houden.

 


 terug

Laatst aangepast op maandag 07 oktober 2013 17:24